Wilma Karels | Patchwork & Quilten

De Nederlandse quilt in de achttiende eeuw – 8

‘Nieuwe doorstikpatronen: van ruiten naar bloemen’

Achtste deel in de serie over de geschiedenis van de Nederlandse quilt

In het midden van de achttiende eeuw verandert het doorstikwerk geleidelijk. Hoe? Dat leest u in dit artikel.

Het doorstikwerk werd tot nu toe vooral gebruikt voor het aanbrengen van bloemmotieven. Rond 1750 wordt doorstikwerk steeds meer ingezet om geometrische vormen mee aan te brengen, zoals diagonale lijnen en vierkanten. Ook lijkt het doorstikwerk steeds meer in eigen land te worden uitgevoerd en wordt er een ander materiaal gebruikt voor de voering. Indiase dekens hadden meestal een effen zijden voering of een voering van een eenvoudige katoenen blokdruk. De Nederlandse dekens verschijnen steeds vaker met een effen rode of naturelkleurige katoenen voering. Soms zit er een fijn bedrukte katoenen voering tussen.

Effen rode voeringen

De effen rode katoenen voeringen blijven tot ver in de twintigste eeuw de meest voorkomende voeringstof. Daar zijn verschillende redenen voor. Katoen laat zich goed verven met de rode verfstof Alizarine uit de wortels van de meekrapplant.

Rode verfstof Alizarine

De rode verfstof Alizarine

Afhankelijk van de voor- en nabehandelingen door beitsen werden diverse schakeringen van het rood bereikt. De meekrapplant werd sinds de zestiende eeuw onder andere in Zeeland verbouwd. Meekrap was de goedkoopste rode verfstof, vergeleken met de rode verfstoffen als purper, kermes of karmijnrood en roodhout. Die stoffen moesten uit de tropische en subtropische landen worden geïmporteerd. Deze kostbare stoffen werden vaak alleen gebruikt om zijde en wol te verven of voor kleding van hoogwaardigheidsbekleders. Een ander voordeel van Alizarine is dat het resultaat goed kleurecht en lichtecht is. Deze eigenschappen zijn belangrijk voor gebruikstextiel. Deze goede en betrouwbare resultaten van het gebruik van meekrap hebben ervoor gezorgd dat de eerste Nederlandse katoendrukken meestal met dit materiaal zijn gedrukt.

Zaans stikwerk uit Marseille

Doorgestikte dekens worden tijdens de achttiende eeuw steeds populairder. Ook een ander soort doorgestikt wit linnen goed wordt veel gebruikt: het zogenoemde Zaanlandse stikwerk. In de achttiende eeuw wordt dit ook wel Marseille of Marselje genoemd. Het was een techniek die veel werd gebruikt om kleding en babygoed te maken. Het materiaal moest dus wasbaar zijn.

In museale en particuliere collecties komt dit Zaans stikwerk veel voor bij babydekens, toilettafeldoeken, mannenvesten, babykleding, mutsen en mitaines. Dit stikwerk werd anders gemaakt dan het gewone doorstikken of quilten. Bij deze techniek werden twee lagen katoenen of linnen stof op elkaar genaaid met stiksteken, rijgsteken of dubbele rijgsteken. Daarna werden de tussenruimtes opgevuld met een dikke katoenen draad of katoenpluksel. Dat werd aangebracht met behulp van een rijgnaald of een priem. In Frankrijk, in Provence, kwam deze techniek tot grote bloei. In Nederland nam men dit over. Het is lastig te bepalen of een kledingstuk in Frankrijk of Holland is gemaakt.

zaans stikwerk

Een voorbeeld van Zaans stikwerk

Nieuwe doorstikpatronen op rokken

In de achttiende eeuw werden doorgestikte rokken gedragen als bovenrok en als onderrok. Het doorstikpatroon veranderde door de achttiende eeuw heen van eenvoudige ruiten, naar geometrische figuren en later naar grote florale ornamenten en guirlandes. Het is aannemlijk dat goedkopere doorgestikte rokken nog de schuine ruit hielden, omdat dat minder werk kostte om te maken. In Nederlandse musea zijn veel achttiende-eeuwse rokken in collecties bewaard gebleven. Sommige rokken hebben schuine ruiten en decoratieve bloemenranden. Het materiaal dat gebruikt werd voor de doorgestikte rokken varieert. Bij de zijden rokken en de wollen doorgestikte rokken is als tussenvulling vaak gekaarde wol gebruikt. Katoenpluksel werd als tussenvulling gebruikt bij katoenen en linnen rokken. De voering aan de binnenzijde van de rok kan uit allerlei verschillende materialen bestaan. Bijvoorbeeld linnen, katoen of geglansde mohairwol.

Bij sommige babyjasjes, rokken en dekens is de wollen vulling indigoblauw geverfd. Waarom? Dat is niet duidelijk. Het zou kunnen dat het verven met indigo de wol motwerend maakt. Het zou ook kunnen dat de schijn van donkere wol door de zijde heen de zijde minder grauw deed overkomen.

In het volgende deel in de serie over de geschiedenis van de Nederlandse quilt leest u hoe de mode veranderde onder invloed van de Franse revolutie.

Terug naar overzicht